Werkplek instellen

Een veel voorkomende vraag is: Hoe stel ik mijn werkplek ergonomisch in? Het is belangrijk om uw werkplek af te stemmen op uw lichaamsmaten. Een slechte zithouding kan immers leiden tot een grote verscheidenheid aan klachten.

Bij het instellen van uw werkplek is het van belang dat u een vaste volgorde hanteert, omdat de ene instelling invloed heeft op de andere instelling. Als u last heeft van klachten of u heeft nog vragen over uw werkplek, dan kunt u altijd een gratis online werkplekonderzoek doen. U kunt ook bij vragen contact met ons opnemen met behulp van ons contactformulier.

Vergrendel alvorens u begint bij stap 1 uw stoel in een neutrale stand. Dat wil zeggen de rugleuning rechtop en de zitting horizontaal. Voor de eerste paar stappen is het nodig dat de stoel vergrendeld staat wanneer deze instellingen worden doorgevoerd.

Zithoogte

Ga met uw rug richting uw bureaustoel staan. Stel de zitting in ter hoogte van uw knieholten. Zo creëert u een hoek van ∠90° tussen uw onder- en bovenbenen.

Het is van belang uw bureaustoel op de juiste hoogte te brengen. Een te hoge zitting kan leiden tot afknelling van de onderbenen (met een slapend gevoel en verminderde bloedtoevoer tot gevolg). Een te lage zitting zorgt voor een ‘ronde zithouding’ (zitten met voorover gekromde rug), waarmee u uw wervelkolom en de spieren in uw rug onnodig belast. Wanneer de zitting niet juist staat ingesteld, compenseert u dit al snel met uw houding. Dit gaat altijd gepaard met een minder ergonomische zithouding en daarmee onnodige belasting.

Zitdiepte

Zorg ervoor dat er een vuistbreedte ruimte is tussen de zitting en uw knieholte.

Wanneer de zitdiepte te groot is, drukt de zitting overmatig in uw knieholte, wat kan leiden tot een slapend gevoel en verminderde bloedtoevoer naar de onderbenen. Een te korte zitdiepte wordt vaak als oncomfortabel ervaren.

Rugleuning

Stel te hoogte van de rugleuning zodanig in dat de lendesteun zich bevindt  ter hoogte van de broekriem.

De rugleuning hoort ervoor te zorgen dat u gestimuleerd wordt een rechtop zittende houding aan te nemen. Hiertoe is er onderaan de zitting vaak een lendesteun toegevoegd. Het is belangrijk dat u deze lendesteun ter hoogte van de broekriem instelt, gezien de bolling in de zitting u dan ondersteunt in de holling van uw rug (het lumbale gedeelte van de wervelkolom). Zo wordt u optimaal ondersteund. De mate waarin de lendesteun naar voren komt (de hoeveelheid druk die de lendesteun biedt) kunt u instellen naar wens.

Armleggers

Stel de armleggers zo in, dat de hoek tussen boven- en onderarm 90° is met ontspannen schouders.

Uw armleggers zijn er om te voorkomen dat u onderuitgezakt zit. Om dit te voorkomen is het met name van belang dat uw armleggers niet te laag staan ingesteld. Iets hoger dan een boek van 90° is geen probleem, zo wordt u gestimuleerd tot rechtop zitten Echter dient voorkomen te worden dat u werkt met opgetrokken schouders, gezien dit leidt tot spanning in uw schouder. Armleggers hebben vaak ook opties om de armlegger naar voren, achteren en zijwaarts te bewegen en om te draaien. Dit kunt u instellen naar eigen inzicht.

Ontgrendelen

Ontgrendel de bureaustoel en laat deze bij gebruik ontgrendeld.

Door de bureaustoel te ontgrendelen, zet u de kantelmechaniek in werking en beweegt de bureaustoel met u mee. Het is van belang dat u de bureaustoel bij gebruik in een beweeglijke stand laat staan. Dit om te zorgen voor meer beweging in de rug en om te voorkomen dat er eenzijdige druk ontstaat op de tussenwervelschijven. Vaak is deze instelling instelbaar aan de hand van een knop met een slotje erop getekend.

Weerstand instellen

Stel de weerstand zo in, dat de stoel met u meebeweegt.

De weerstand is de mate waarin de bureaustoel met u meebeweegt. Een goed ingestelde weerstand geeft u het gevoel dat u zweeft op de stoel. Wanneer u achterover leunt op de stoel en uw gewicht (zwaartepunt) naar voren brengt, dient de stoel mee naar voren te bewegen en vice versa. Dit kunt u ervaren door achterover te leunen en uw armen uit te strekken. Zo verplaatst u uw zwaartepunt. De stoel behoort dan mee naar voren te bewegen. Het is van belang dat de stoel u niet het gevoel geeft dat u achterover valt, noch het gevoel dat u uit de stoel wordt ‘geduwd’. Weerstand wordt ingesteld aan de hand van gewicht. Dat wil zeggen dat een persoon die minder weegt ook minder weerstand nodig heeft van de bureaustoel om achterover te leunen.